U gebruikt een verouderde browser. Wij raden u aan een upgrade van uw browser uit te voeren naar de meest recente versie.

Dag 11 Survival op amandelen

Vandaag de wandelschoenen weer aan, er staat een trail op het programma. De “westfork of oak creek canyon” trail. Prachtig weer, 19 graden en in de canyon veel schaduw, dus dat moet te doen zijn. Ik weet niet of jullie onze vorige blogs van andere jaren hebben gelezen, want wij verdwalen nog al eens. Daarom heb ik speciaal voor onze wandelingen een GPS gekocht. Niet zo maar één, nee eentje die niet alleen Amerikaanse satelieten kan ontvangen maar ook Russische en Chinese want daarvan hangen de meeste boven de VS.

Water tekort vangen ze ons ook niet meer mee, wij hebben onze les geleerd. Allebei een dubbelwandig literfles met bronwater en schijfjes limoen en daarnaast nog 2 x een halve liter water per persoon. Dus 4-5 liter water op een tochtje van een paar mijl. O ja en nog een zakje verantwoorde amandelen. Wat kan ons gebeuren? Om 9 uur bij de parkeerplaats van de trail, helemaal vol, oh ja shit, het is zaterdag dan gaan die Amerikanen ook sportief doen. Verderop kunt u langs de weg staan meneer, iets meer bergopwaarts. Ruim 1 km en 6% helling verderop was er inderdaad plek, maar ik moest wel onder een overhangende rots en naast een bord “pas op, er vallen rotsen naar beneden hier” parkeren.

Kan mij het bommen, we zullen die trail lopen, schijnt waanzinnig avontuurlijk en mooi te zijn. Dus eerst een goede 20 minuten de weg af lopen, ja hoor gelukkig een WC, toch maar even doen van te voren. De trail zou in totaal 3 uur in beslag nemen, dus wij dachten, na de trail lunchen we in Sedona wel ergens, karren we die 10 mijl wel ff met de auto. In totaal 3 mijl (5km) was de trail. Wij vol goede moed lopen, mooie plaatjes en je moest 13x het riviertje oversteken, want het pad kon niet aan een kant van de rivier blijven. Veel caterpillers (soort wandelende harige lange rupsen van 5-20 cm) hebben ze een felle kleur, niet aanraken. Ik raak ze sowieso niet aan, veel badgers (soort zwart wit vlees etende platbektekkel) en heel veel prachtige natuur.

Na goed 2 uur lopen bedenk ik ineens dat als je 3 mijl moet lopen dat ongeveer 5km is. Nou zien we er nog wel uit als jonge goden, maar lopen niet zo snel als jonge goden,  maar 2,5 km per uur halen we zeker, wacht, gps, ik heb dat ding bij me. Net over de helft zijn we geeft de GPS aan, wat een ontmoedigend apparaat. Tja wat doe je dan, dan ga je door, eindelijk na 3 uur en een kwartier lopen en veel klimmen het laatste stuk we zijn er. Weten jullie wat fantoompijnen zijn? Die hadden wij, terwijl we geen ledematen missen. Tja en dan nog terug, mogen wij aub in zo’n helikopter die water schept, hangen wij wel in het bakkie, kapot waren we. Blijkt dat de 3 mijl alleen heen is, dan wordt het langzaam stil om mij heen, hoor je het ruisen van de bomen niet meer en  wil je die parkranger tussen twee pinetree takken klemmen en hem met houtskool die folder opnieuw laten schrijven. Roundtrip stond er, en roundtrip klinkt als dat je weer uitkomt waar je begon na 3 mijl. Dit was een pont-trip, heen en weer, wat een sukkel.

Op de terugweg vraagt een Amerikaanse wandelaar aan mij, weet u wellicht welke boomsoort dit is? Is dit een Pine-tree, ik zeg meneer elke boom doet mij op dit moment Pine.  Nou dan gaan we maar weer teruglopen, terug gaat altijd sneller zeggen ze, echt grote onzin, terug duurt nog langer, tja was inmiddels 14.30 en alleen een ontbijtje op, amandelen, we hebben amandelen, wel 20! Rantsoeneren die handel elke keer als we de rivier over steken 2 amandelen per persoon En ik zag die andere wandelaars kijken hé, zo van wauw zij hebben gewoon amandelen je krijgt er toch niks van, wij zijn aan het overleven. Om vier uur waren we waar we begonnen waren, vanaf 09.00 uur he. Oh shit, die auto staat nog ergens op een berg, vijf uur in het hotel, kapot, zwemkleding aan en een half uur in de whirlpool. Net terug van hapje eten, die mensen in het restaurant zette alle stoelen opzij toen wij binnenkwamen die dachten waarschijnlijk dat we een avondje uit het bejaardentehuis waren losgelaten, zo liepen we. 

 

Dag 12 325 km en toch 8 uur rijden

Kort verhaal vandaag, zijn rond 6 uur pas in het hotel aangekomen. De temperatuur is van 19 graden naar 38 graden gegaan, we zijn duidelijk in het zuidwesten van Arizona, laatste keer dat het hier geregend heeft was in april, kun je nagaan. Water is hier duurder dan benzine. We hebben van onze reisdag een scenic route gemaakt. We moesten van Flagstaff naar Globe (Arizona). Na ongeveer 250 km was er een toeristische route binnendoor langs een stuwdam, alleen de laatste 50 km was niet geasfalteerd! Doen we wel even, tijd aan onszelf.  

Leverde fantastische plaatjes op, maar die 50 km doe je dan wel 3 uur over.

 

Dag 13 Droog, droger, droogst.

 

Vandaag uit Globe (AZ) naar Tucson (AZ) gereden. Maar eerst de auto wassen dat ding zag eruit, niet normaal, je kon de deur niet opendoen of je zat onder de rode troep. Verderop bij het hotel zat een carwash, creditcard erin en daar ging ie. Super, helemaal mooi schoon. Tucson is de zuidelijkste grote stad van Arizona en grenst samen met New Mexico en Texas aan buurland Mexico. Tucson ligt op 100 km van de Mexicaanse grens. En dat merk je, het is hier godverziekend heet. Een deel van de Mexicaanse "Sonora-woestijn" strekt zich uit tot zowat de voorsteden van Tucson. Ik snap werkelijk niet dat je hier gaat wonen, niet uit te houden en dan is het al september.

Een hele aparte wereld, alles tot en met de verkeersborden zijn in het engels en spaans en de helft van de straatnamen is alleen maar in het spaans. Ik heb nog nooit zo'n vreemde stad gezien, het centrum is er eigenlijk niet, het is een aaneenschakeling van voorsteden met alleen maar armetierige wijken aan de ene kant en super de luxe condo's aan de andere kant. De Mexicanen houden de boel schoon, halen het vuil op, werken in de hotels en de Amerikanen leven in luxe villa's buiten de stad. En toch gaat het prima samen.

Niet veel foto's vandaag want het landschap was saai (wij zijn verwend natuurlijk) cactussen, cactussen en cactussen....In de regio tucson vallen er jaarlijks 15 doden door cactussen, gif in de stekels?? Nee ze vallen op je, die dingen worden ongeveer 4-12 meter hoog en zo'n grote zijarm zeg maar, als die afbreekt en je staat eronder en hij valt op je, valt er 300kg op je, zo vol met vocht zitten die dingen. Het is gewoon frusterend, hier schoffelen ze weg als onkruid in de stad en bij intratuin moet je voor een cactus van 20 cm doorsnee 50 euro betalen, ik ruik handel.

We zijn "mount Lemmon" op geweest (tot de top natuurlijk wat verwacht je anders van ons) mooie uitzichten maar de gehele weg zat de “county sheriff” voor ons om de snelheid te reguleren dus omhoog duurde even. Moet je voorstellen sta je onderaan de berg, zie je de top uit je ooghoek, duurt het 50KM voordat je boven bent, dan weet je wel hoeveel bochtjes daarin zitten hé. Mijn vrouw ziet ze al 2 weken vliegen, ze ziet de hele tijd van die arenden en gieren en we proberen er steeds eentje te filmen of te fotograferen. Lukt maar niet, zijn we halverwege die berg, vliegt er op 10cm van de voorruit een uil van een halve meter voorbij, schrokken ons wild. 

Na de berg was het 13.30 ook eens lekker, wat tijd over. In Tucson zit de factory outlet van skechers (schoenen) en er is airco, een van de weinige keren dat je mij enthousiast krijgt voor winkelen. Sylvia’s favoriete relax schoenen. De halve stad doorgereden, ja hoor vier paar van die dingen ingeslagen. Toen naar het hotel, en wat eet je dan zo dicht bij de grens van Mexico, precies, aan de andere kant van de stad zat de beste Mexicaan van Arizona (met dank aan tripadvisor). Maar als we een beetje omrijden komen we langs de premium outlets van Tucson. Onderweg was sylvia’s Rayban zonnebril door een of ander goedje aangeslagen, de glazen waren niet meer schoon te krijgen, die hadden we dus weggemikt. Dus bij de premium outlet bij de  “sunglass-hut” een hele mooie nieuwe Ray-ban gescoord. (is goedkoper dan in NL maar je kunt er nog wel 3 weken 5 Mexicanen van te eten geven…)

Toen nog wel even door het donker (19.00 uur is het hier aarde donker) 20 mijl rijden naar het Mexicaanse restaurant. Fantastisch, je eten werd aan tafel klaar gemaakt, salsa’s werden op voorkeur voor je aan tafel bereid en geweldig (en verantwoord) gegeten. We kregen natuurlijk Amerikaanse porties en kregen netjes twee bakjes mee met (minimaal de helft) van het eten. Morgen lunchen wij dus onderweg gewoon Mexicaans. We hadden overigens wel een half uur nodig om het Mexicaanse temperament uit onze mond te krijgen, was redelijk gekruid….Leuk. We slapen vanavond superluxe, heb het carlton hotel geboekt, hebben een kamer met een aparte suite erbij waar je kunt lezen (ik lees alleen de afschriften van de creditcard maar toch) en een mooie grote badkamer met ligbad. Twee TV’s (wat moet je ermee??) en een airco die je niet hoort dat is wel fijn. Morgen een reisdag richting het Noorden, we gaan naar “Holbrook” waarom? Omdat daar in de buurt het Petrified Forest (versteende bos) en de “Painted Hills” nationale parken liggen.

 

Dag 14 There are no crickets in Wayward Pines

Vandaag geen foto’s of filmpjes, waarom niet? Omdat we een deel van de route (200km) terug reden (die we ook heen hebben gereden) en de andere 250 km het niet waard was om te filmen of te fotograferen. Vandaag hebben we Tucson achter ons gelaten en reizen naar Holbrook. Niet dat Holbrook zo interessant is maar het Petrified forest national park en de Painted hills liggen op een 50km afstand er vandaan. De eerste 200 km was het nog steeds 39 graden, in de auto heb je daar geen last van, zowel voorin als achterin is airco en de coolbox zit iedere dag vol met ijs. In Holbrook is het 15 graden aangenamer.

Na een goede 300 van de 450 km even gegeten en daarna de laatste 150 km. Hoe zag het eruit tja, plat en ruim 2 uur rijden op dezelfde weg zonder afslag. Geen snelweg hé zeg maar de weg van Leiden binnendoor naar Zoetermeer. Dan duurt 150 km lang, droog grasland, met hier en daar een plukje groen en kaal en plat zover je maar kon kijken, met van die vogelverschrikkers die soms op je af lijken te komen. Eindelijk, daar is het bordje Holbrook! Eigenlijk moeten ze het “hier is geen Hol (te doen) Brook noemen. Wat een gat. Beste wat je kan doen als je hier geboren word is om jezelf te vondeling te leggen 200 km verder in een ander dorp. Alsof ze gisteren pas de paard en wagen hebben ingeruild voor gemotoriseerd verkeer. Heel eng dorpje, maar dat is mijn gevoel, wellicht zijn ze hier heel gelukkig.

Als je op tripadvisor gaat kijken wat er te doen is in Holbrook is het meest interessante waarschijnlijk het luchtalarm dat iedere eerste zaterdag van de maand afgaat. Toch nog even aan het zwembad (best western is wel top) nog een paar uurtjes zon gepakt en gezwommen. Mooie kamer, dus wat klaag ik. Weet ik eigenlijk ook niet, maar als je de straat op loopt hier denk je, waar zijn hier de graancirkels. Het beste restaurant heeft hier 1 ster en dat is de ster die in de etalage van het raam zit. Een Italiaans restaurant. Als je het aan de buitenkant ziet denk je dat ze gesloten zijn, maar eenmaal binnen zit het vol met mensen. En komt Larry (de eigenaar) je persoonlijk naar je tafel  begeleiden.

Maar eten was weer top, super vers, schoon en goed verzorgt. Toen we klaar waren en naar buiten liepen was het donker en stond die bijna nieuwe huurtruck van ons tussen de tweedehands hillbillie-autotjes uit 1960, ze zullen wel gedacht hebben. 

 

Dag 15 Klukkluk 2.0

 

Vanochtend (geen) Hol (te doen) Brook verlaten. Eerst nog even 25 gallon (90 liter, ja je leest het goed)  die auto in mikken (2% van het gat in de ozonlaag komt door ons, wij smeren ons extra goed in)  en 35km rijden naar de zuidingang van het Nationaal park Petrified forest & Painted hills. Midden in het dorp gaan de spoorbomen dicht, er is geen station of zo dus waarom laat je in godsnaam een goederentrein met 87 wagons door een dorp lopen. Er ligt 2000 vierkante kilometer plat en dorre woestijngrond omheen…wie verzint dan nou. Het is waarschijnlijk gedaan omdat dat de enige reden is dat je te laat op je werk kan komen, anders hebben die mensen hier helemaal niets als excuus.

Ik dacht “Petrified forest” leuk om te stoppen omdat we er nagenoeg langskwamen paar dooie bomen ik vindt levende bomen al niet interessant om te lopen. Maar dit was echt supermooi. De grijze vlakte met al de versteende boomstronken komen uit het triassic tijdperk, zeg maar paar honderdduizend jaar voor het jurassic. (Na vandaag klink ik ineens als een geoloog). Hier stond een bos ter grootte van Costa Rica dat omhoog geduwd is door het Colorado-plateau. Hier houdt de geschiedenisles op, de rest moeten jullie zelf maar lezen. Enige nadeel dat het op 2200 meter hoogte ligt is dat het er waait, wel warme wind, maar echt waaien hé. Continue, zomers en in de winter waait het er windkracht 6. Ook vandaag is er hier veel wind weggewaaid, je hoort het aan de filmpjes.

Stukje doorrijden (park is 24 mijl lang) en dan kom je langs de uitzichtpunten van de painted hills, de foto’s geven maar beperkt weer wat je daar te zien krijg, rode, roze heuvels met tussendoor allerlei kleuren die door de honderdduizenden jaren door erosie en wind zijn ontstaan, heel indrukwekkend. Overigens als je hier een kuiltje graaft kom je resten van dino’s tegen, dit is de grootste concentratie dinobotten per vierkante meter ter wereld. Naar schatting liggen hier 150.000 complete skeletten in de aarde. (het is ook wel een flink gebied).

Die versteende bomen, of stukken ervan, kun je kopen in het visitors center, een stuk boom netjes gepolijst van een 1 meter hoog en 80 cm breed kost ongeveer 7.000 dollar en weegt 950 kg. Ik hak die boom in onze voortuin thuis wel om en wacht wel 4 miljoen jaar, is goedkoper. Geluncht en daarna nog 200 km naar Chinle. Over een weg zonder einde, elke keer kwam er een heuvel in de weg en dachten we steeds, daarachter komt iets, nee hoor alleen maar meer weg en links en rechts dor grasland. Af en toe rolde er een “tumbleweed” (zo’n western rollende bosjesplant) maar dat was de enige afleiding.

Na dik twee uur in Chinle, indianen gebied, zij maken hier de dienst uit. Zelfs de sheriff is indiaan en heeft gewoon een telefoon en internet. Wat is dat nou voor een indiaan. Ze hebben hier helemaal niks, oh ja, toch wel, ze hebben 16 kerken, 3 hotels en 2 begraafplaatsen, optimistisch dorpje. Dat is handig hoor al die kerken, kun je bidden of de bevoorrading deze week wel in het dorp aankomt Gelukkig zitten wij in het Holiday-inn en dat is helemaal in stijl van de indianen cultuur, totdat je je kamer binnenkomt, dan is alles weer gewoon luxe, anders komt er natuurlijk geen hond.

Holiday inn verzorgt gelukkig het diner, het ontbijt en de koffie, mooie kamer, lekkere bedden en natuurlijk een 50 inch tv, wil wel honkbal en football kijken vanavond, ik moet morgen wel mee kunnen praten met die gasten bij het ontbijt.  Mijn vrouw bekeek het gebouw waar we in slapen en zei, volgens mij is het vijfde raam van ons, natuurlijk had ze weer gelijk, maar wat maakt het uit welk raam wij hebben? Nou dan kunnen we die koffers door het raam mikken in plaats van omlopen, voor de rest zijn we geen Nederlanders. Tot morgen, morgen bezoeken we de Canyon de Chelly (dat wordt warm en droog) en blijven we nog 1 nachtje hier want ik moet nog een traditionele regendans doen, dan weer naar de volgende bestemming. Sjamah (gegroet) en tot morgen, Danhasimuhe (zij die koffer door raampje mikt) en Lishadumani (hij die naar lichtgevend glas kijkt).

 

Dag 16 Gebruind door de Arizona-Zon

 

Vanochtend lekker ontbijtje in het hotel gedaan en daarna naar Canyon de Chelly. Ons hotel staat voor de ingang van het park dus dat is fijn. De Canyon is een van de laatst bewoonde plekken van de Navajo-indianen waar buitenstaanders niet mogen komen. Het is dan ook verboden om je in de canyon te begeven. Doordat er een constante stroom water door de canyon loopt, is de bodem vruchtbaar en sinds honderden jaren wonen de Navajo’s er omdat ze er grond kunnen verbouwen en vee kunnen houden. De canyon is een soort V-vorm, de rechter poot van de V is de South-rim, de ander kant de North rim. Langs beide loopt een weggetje met diverse uitzichtspunten. De canyon (bodem) ligt op 2100 meter boven de zeespiegel, het weggetje erboven nog wat hoger. Natuurlijk zijn deze indianen meegegaan met hun tijd, maar in de canyon worden de kinderen zonder internet en mobiele telefoon opgevoed, als ze ouder zijn beslissen ze zelf in hoeverre zij hun tradities mengen met het moderne leven.

Zo, geschiedenis hebben jullie nu ook weer gehad. Wij eerst maar de North-rim “gedaan” die heet de “Canyon del Muerto” of vrij vertaald de canyon waar doden vallen, die kan je maar beter als eerste doen dachten wij, kan het daarna alleen nog maar meevallen. Toch nog 20 minuten rijden naar het eerste uitzichtpunt, je vergist je hoe lang zo’n scheur in de grond nog kan zijn. Supermooi, zie de foto’s.

Bij het tweede uitzicht punt waren we getuige van de opnames van Karate-kid 3, zie het filmpje, daarna waren we natuurlijk zelf ook helemaal Zen. Uiteraard waaide het weer vandaag, een beetje? nee enorm, de zonnebrillen moesten in de auto blijven want op sommige plekken waaide ze bijna van je hoofd af. Na een uurtje of twee naar de South-rim gereden en daar alle bezienswaardigheden bekeken en gewandeld. Rond 14.30 hadden we  het zo’n beetje gezien. Maar weer even die Truck van ons vol getankt voor morgen alvast hier in het dorp. En toen naar het hotel terug. Achter het hotel ligt een lekker zwembad met ligstoelen, en dat hadden we de rest van de middag gewoon voor ons zelf. Eventjes in het zonnetje liggen tukken, allebei waren we behoorlijk moe van de afgelopen dagen inspanning en de enorme hoogte verschillen spelen je parten, lijkt wel of je af en toe moet acclimatiseren  dus dat kwam mooi uit. Elke keer een uur tijdsverschil of dan weer 2 uur, helpt natuurlijk ook niet mee.

Nou, zie de foto’s en oordeel zelf, mooie dag toch? Morgen gaan we iets doen waar ik al jaren naar uitkijk. We moeten 390 km verkassen van Chinle (Arizona) naar Monticello (Utah). Op de rand van deze twee staten ligt “monument valley”. Meer cowboy en indianen gevoel kun je niet krijgen, dat is zo’n waanzinnig gebied. Als alles goed gaat rijden we met die 4x4 van ons gewoon door het landschap heen zoals “John Wayne” ooit op zijn paard deed. Ook stoppen we op ¾ nog even voor het statepark “horseshoe-bend” ook dat zie je morgen wel op de foto’s. Om dit in 1 dag te kunnen doen en ook nog te kunnen ademhalen gaan we nu slapen want om 6.30 gaat de wekker en om 7.30 zitten we achter het stuur. Oh ja, vergeet ik nog te zeggen, ik weet hoe die indianen zo rood werden, niet door de zon, ik stond onder de douche na een dagje in de wind, het rode zand krijg ik bijna niet van mij afgewassen, handdoeken, washandjes, alles was rood. 

 

Door naar dag 17